[caption id="attachment_63" align="alignleft" width="150" caption="Tiny Love Fijne Motoriek"]Tiny Love Fijne Motoriek[/caption] De fijne motorieke vaardigheden uiten zich in kleine bewegingen die door een groep kleine spieren uitgevoerd worden: de spieren van de handen en vingers, de spieren rondom de mond en de spieren die oogbewegingen mogelijk maken. Deze spieren maken de oog-hand coördinatie mogelijk, want nu kan de baby reageren op wat hij ziet. Gedurende het eerste levensjaar ontwikkelt de baby zijn greep: eerst is er een instinctieve refelxbeweging, waarbij ieder voorwerp met gesloten vuist gepakt wordt, later kan hij de greep kiezen die past bij het voorwerp dat hij wil pakken. Naarmate de oog-hand coördinatie zich ontwikkelt, kand e babyeen voorwerp beter vastpakken, aanraken of "bewerken" en toont hij minder onhandigheid. Het verkrijgen van controle over zijn lichaam vereist heel wat inspanning. Wanneer we naar een twee maanden oude baby kijken die steeds weer probeert een speeltje dat boven zijn bed hangt aan te raken, of naar een zes maanden oude baby die steeds weer probeert op een knop van een speeltje te drukken, dan denken we: Wat motiveert hem? Waarom houdt hij niet na zoveel mislukte pogingen? het antwoord is eenvoudig: de heeft een aangeborenaandrang controle te krijgenover zijn lichaam. Wanneer de baby er eindelijk in slaagt het speeltjedat boven zijn bed hangt aan te raken, wordt hij beloont door dat het heen en weer beweegt; en wanneer hij door op de knop te drukken een geluid te horen krijgt, geniet hij ervan en wordt aangemoedigd het nogmaals te proberen. Totdat hij aan een hoger niveau van uitdaging toe is. Moedig uw baby aan De ontwikkeling van baby\'s fijne motoriek hangt in hoge mate af van de oefeningen die hij in zijn eerste levensjaren uitvoert. U kunt uw baby helpen zijn vaardigheden te versterken door hem een grote verscheidenheid aan oefeningen en activiteitente bieden met behulp van voorwerpen van verschillende vorm, gewicht, grootte en textuur die hem stimuleren zijn spiergroepen te gebruiken. Hoe groter de verscheidenheid aan activiteiten, zoals trekken, duwen, en rollen, des te meer iedere spiergroep zich kan ontwikkelen. Wat kunt u verwachten
  • pasgeboren - 1 maand

De baby balt zijn handjes tot een vuist en is zich niet van hun bestaan bewsut. Elk voorwerp dat je in zijn handpalm legt resulteert in het "grijpreflex", de hand grijpt het voorwerp stevig beet. De oogspieren zijn zwak, waardoor het hem moeilijk valt een voorwerp met de ogen te volgen. Zijn zuigreflex is het beste ontwikkeld, waardoor hij zonder moeite zijn melk kan drinken.

  • 1 – 3 Maanden

Wanneer de baby zo’n twee maanden oud is, wordt hij zich bewust van zijn handen. Hij begint ze te onderzoeken en doet dat voornamelijk door ze in zijn mond te stoppen. De hand-oog coördinatie komt langzaam tot stand wanneer de baby zijn handen in zijn gezichtsveld brengt en naar ze kijkt. Wanneer zijn hand een willekeurig voorwerp aanraakt dat voor zijn ogen heen en weer gaat bewegen, begint hij te begrijpen dat zijn handen daar verantwoordelijk voor zijn.

  • 3 – 6 Maanden

Het grijpreflex  verdwijnt en baby’s handelingen worden meer opzettelijk. Hij kan nu voorwerpen grijpen en naar zijn gezichtsveld brengen om ernaar te kijken. Tegen het einde van deze periode kan hij een voorwerp langere tijd vasthouden en zal die altijd naar zijn mond brengen – zijn voornaamste “onderzoekend” lichaamsdeel.

  • 6 – 9 Maanden

De baby houdt twee voorwerpen in beide handen en slaat ze tegen elkaar. Nu kan hij al goed het voorwerp waarin hij geïnteresseerd is beetpakken. Hij kan op grote knoppen drukken en aan dingen trekken – alles in de hoop een positieve reactie te krijgen. Hij begint zijn vingers te spreiden en houdt zijn duim ver van de andere vingers, zodat hij voorwerpen beter kan vasthouden – voordat hij ze moet opzet laat vallen.

  • 9 – 12 Maanden

De baby kan nu voorwerpen naar wil pakken, loslaten of naar de andere hand overbrengen. Hij kan een klein voorwerp volledig gecontroleerd tussen duim en wijsvingen oppakken, naar dingen wijzen die hem interesseren en met een vinger op kleine knoppen drukken. Tegen de tijd dat hij een jaar oud is, is zijn hand-oog coördinatie voldoende ontwikkeld om een toren van twee blokken te kunnen bouwen.