[caption id="attachment_80" align="alignleft" width="150"]Tiny Love Pop n dance Tiny Love Pop n dance[/caption] Al weer het derde deel uit de Tiny Love "Gids voor baby's ontwikkeling". Dit maal gaan we in op de grove motoriek. Het wonder van bewegen Het vermogen onze spieren te beheersen staat achter iedere beweging die we maken. Bij de ontwikkeling van de grove motoriek gaat het om de groep grote spieren die de armen, de benen, de rug en het hoofd beheersen. Deze spieren maken het de baby mogelijk zijn hoofd op te richten , om te rollen, te kruipen, te zitten, te lopen, etc. De grove motoriek komt tot stand door een subtiele samenwerking tussen de hersenen. het zenuwstelsel en de spieren. Baby's beginnen hun leven als volkomen afhankelijke wezens met onwillekeurige reflexbewgingen, en ontwikkelen zich tot ze een goede, fundamentele controle over hun lichaam hebben. De spieren beginnen zich in de eerste paar levensweken te ontwikkelen, te beginnen bij de nek: de baby kan zijn hoofd oprichten. Het is  interessant te zien dat de ontwikkeling van de grove motoriek in een bepaald patroon verloopt. Het begint bij het hoofd, gaat verder in neerwaartse richting, en van het centrum van het lichaam naar de armen en benen. Tot slot volgt de coördinatie van het hele lichaam. De pasgeboren baby heeft praktisch geen controle over zijn spieren of bewegingen. Al zijn handelingen zijn eigenlijk reflexen of spasmodische bewegingen van ermen en benen. Naarmate de baby ouder wordt, worden zijn bewegingen minder gedomineerd door reflexen en meer door willekeur. De baby krijgt hoe langer hoe meer controle over zijn lichaam door middel van de juiste zintuigelijke stimulatie, door te oefenen en door hulp van de omgeving. Moedig uw baby aan Baby's ontwikkelen zich naar eigen tempo. Dit tempo is dus bij elk kind anders, dit tempo is een functie van rijpheid EN oefening. Ze hebben voldoende gelegenheid nodig om hun pas ondekte vaardigheden te oefenen, waarna ze de volgende fase in kunnen gaan. Uw baby wordt geboren. Wat kunt u verwachten
  • Pasgeboren - 1 maand
Gedurende de eerste levensmaanden begint de babyzijn hoofd op te richten als hij op zijn buik ligt. Deze poging, die tegen de zwaartekrachtingaat, vereist veel inspanning. Maar het lichaam "weet" dat deze inspanning de moeite waard is. Hij helpt de spiergordel van de nek en schouders te versterken. Na enkelee maanden zijn deze spieren al zo sterk dat de baby zijn hoofd al zelf rechtop kan houden. Waneer de baby op zijn rug ligt, maakt hij onwillekeurige ,spasmodische bewegingen met arem en benen. Deze bewegingenzijn nodig om de spieren van deze ledematen te versterkeen en leiden tenslotte tot volledige controle over ze.
  • 1 - 3 maanden
In deze fase zijn baby's botten en spieren zacht en is het hoofd naar verhouding erg zwaar. Desondanks geeft hij het niet op en blijft zich inspannen, tot hij tegen het eind van de derde maand zijn hoofd kan oprichten en op zijn borst kan leunen. De baby kan zijn ledematen al goed strekken en ze zijn niet meer in foetuspositie. Zijn bewegingen en activiteiten gaan hem makkelijker af, ze lijken "georganiseerd"en opzettelijker terwijl de refelxbewegingen minder worden. Bovendien zijn de spieren sterker geworden door het vele oefenen. Wanneer de baby zijn arm uitstrekt en dan "per ongeluk" een speeltje of een voorwerp aanraakt, leert hij daar veel van. De fysieke prikkeling brengt hem erto naar het speeltje te kijken dat door zijn toedoen beweegt: zo begint de hand -oog coördinatie zich te ontwikkelen. Aan he eind van deze fase kan de baby zijn bewegingen beter beheersen.
  • 3 - 6 maanden
Vanaf de derde maand zijn baby's beweingen opzettelijk, willekeurig en beheerst. Wanneer de baby iets wil, strekt hij zijn hand uit of stopt die in zijn mond. In de volgende paar maanden leert hij de bewegingen van zijn hoofd beheersen en vindt hij het leuk om lang achtereen op zijn buik te liggen met zijn hoofd omhoog en leunend op zijn handen. Hij zal van buikligging naar rugligging omrollen en misschien ook andersom. De allereerste kruippogingen beginnen wanneer de baby nieuwe manieren zoekt om zich te bewegen. Wanneer hij zes maanden oud is, kanhij somsal blijven zittenwanneer je hem in zitpositie brengt, zonder dat hij opzij valt. Maar maak geen haast - hij zal uit zichzelf gaan zitten wanneer hij daar rijp voor is.
  • 6 - 9 maanden
De baby kan zich al voortbewegen (kruipen) en zo overal komen waar hij naar toe wil gaan. Nu wordt het huis en omgeving zijn "onderzoekproject", dat hem dagelijks volledig bezighoudt. Tegen de tijd dat de baby 9 maanden oud is, kan hij zelf rechtop zitten en kan nu met BEIDE handen spelen en voorwerpen onderzoeken. Tijdens het kruipen wordt zijn nieuwsgierigheid gewekt en wil hij alles grondig onderzoeken. Het is daarom uiterst belangrijk voor een veilige omgeving te zorgen die de nieuwsgierigheid en de wil tot ontdekken stimuleert.
  • 9 - 12 maanden
Gedurende deze maanden leert de baby heel wat vaardigheden en kan al heel wat presteren. Hij kan zelfstanding zitten, kan goed op handen en knieën kruipen, kan makkelijk vanuit zitpositie gaan kruipen en kan tenslotte ook staan. Sommige baby's beginnen zelfs al te lopen aan het eind van deze fase. Daar de baby nu ook zijn lichaamsbewegingen beheerst, stimuleert deze behendigheid de grote wens alles in zijn omgeving aan te raken en te onderzoeken. Het wordt nu veel moeilijker en vermoeiender de baby te bewaken en te leiden! Het is belangrijk dat hij de wereld op zijn eigen manier onderzoekt, maar overal waar hij heen gaat kan gevaar opduiken. Proebeer een goede middenweg te vinden. tussen verstandige voorzichtigheid en overbezorgdheid, om zijn ontwikkeling niet te dwarsbomen.
Lees in deel twee over de ontwikkeling van de zintuigen gedurende het eerst levensjaar van je baby.